Alex Meijer-Bron ANP

EBN gaat in geothermie

Het hing al een tijdje in de lucht, maar de kogel is dan nu eindelijk door de kerk: EBN mag  risicodragend gaan deelnemen in geothermieprojecten. Dit schrijft minister Wiebes in een brief van 21 maart 2019 aan de Tweede Kamer.

Hiervoor is nodig dat EBN een wettelijke taak krijgt op het gebied van geothermie. Daarvoor is een wijziging van de Mijnbouwwet nodig. Volgens de minister zal deze wetswijziging op zijn vroegst in 2020 in werking kunnen treden.

Tot die tijd kan de minister op grond van de Mijnbouwwet EBN toestemming geven om zich met de genoemde geothermie-activiteiten bezig te houden. Vooruitlopend op de wijziging van de Mijnbouwwet, zal de minister EBN daarom op grond van artikel 82, lid 3 van de Mijnbouwwet ook toestemming geven om zich bezig te mogen houden met activiteiten die gericht zijn op geothermie.

Tot de Mijnbouwwet is gewijzigd, zal EBN deelnemen op vrijwillige basis. Het is aan de initiatiefnemer is om EBN te verzoeken deel te nemen. Uiteindelijk, zo blijkt uit de brief, zal EBN-deelname in geothermie-projecten verplicht worden. Daarbij heeft de minister op hoofdlijnen een systematiek voor ogen die vergelijkbaar is met de wijze waarop EBN nu deelneemt in olie- en gasprojecten.

De omvang van deelname van EBN kan verschillen per project. EBN zal per project deel kunnen nemen binnen een bandbreedte van 20 procent tot maximaal 40 procent. De exacte omvang van de deelname door EBN zal binnen deze bandbreedte afhangen van een nog verder uit te werken beoordelingskader, dat wordt gebaseerd op de professionaliteit en financiële positie van het geothermiebedrijf. Om voldoende positie voor EBN te garanderen, hanteert de minister een ondergrens van 20 procent. Dit zal op basis van de voorziene wetswijziging vastgelegd worden in het Mijnbouwbesluit.

Financiële deelname door EBN in nieuwe geothermieprojecten zal in eerste instantie worden toegestaan  voor een periode van vijf jaar, waarvoor het maximale benodigde kapitaal 50 miljoen euro bedraagt. Na deze vijf jaar zal worden geëvalueerd of financiële deelname van EBN nog steeds wenselijk en noodzakelijk is.

Meer informatie