Alex Meijer-Bron ANP

Verbod op laagcalorisch gas voor grootste afnemers

Omschakelen of afschakelen? Dat is de vraag waar de negen grootste afnemers van laagcalorisch gas voor 1 oktober 2022 een antwoord op zullen moeten hebben. Vanaf die datum wordt het hen verboden om nog langer laagcalorisch gas aan het gastransportnet te onttrekken. Dit is de kern van het “Wetsvoorstel houdende wijziging van de Gaswet betreffende een verbod op laagcalorisch gas voor de grootste afnemers” dat op 19 maart 2019 in concept op www.internetconsultatie.nl is gepubliceerd.

Het kabinet heeft in maart 2018 besloten dat de gaswinning uit het Groningenveld zo snel mogelijk (en uiterlijk in 2030) moet worden beëindigd om de veiligheid en de veiligheidsbeleving van de inwoners van Groningen te verbeteren. Om dit mogelijk te maken is recent onder andere de Mijnbouwwet gewijzigd met de inwerkingtreding van de Wet minimalisering gaswinning Groningen, Stb. 2018, 371). Deze wet geeft – naast een aantal andere zaken – de minister met ingang van 1 oktober 2019 zeggenschap over het productieniveau van het Groningenveld. Een andere maatregel is het reduceren van de vraag naar laagcalorisch gas. Het wetsvoorstel dat nu ter consultatie voorligt heeft tot doel om de vraagreductie van laagcalorisch gas van Nederlands grootste afnemers te bewerkstelligen.

Het conceptwetsvoorstel voegt een nieuwe paragraaf 1.5 toe aan hoofdstuk 1 van de Gaswet (artikelen 10f-10k). Artikel 10f Gaswet bevat het verbod voor afnemers die in de gasjaren 2017/2018 en 2018/2019 meer dan 100 miljoen m3(n) laagcalorisch gas hebben onttrokken om met ingang van 1 oktober 2022 nog langer laagcalorisch gas aan het gastransportnet te onttrekken. Deze afnemers dienen zo spoedig mogelijk aan GTS te melden of zij hun aansluiting willen afschakelen of dat zij willen omschakelen naar hoogcalorisch gas.

Op grond van artikel 10g Gaswet krijgt GTS als beheerder van het landelijk gastransportnet er een nieuwe taak bij: het omschakelen van laagcalorische naar hoogcalorisch gas. Bij dit proces van omschakelen komt het een en ander kijken. Bestaande infrastructurele verbindingen, aanverwante apparatuur en processen van zowel de netbeheerder als de grootste afnemer zullen dusdanig moeten worden aangepast of aangelegd zodat daarmee in plaats van laagcalorisch gas hoogcalorisch gas aan het gastransportnet kan worden onttrokken en een verbinding wordt gelegd met dat deel van het gastransportnet waarmee hoogcalorisch gas wordt getransporteerd.

Als de afnemer heeft aangegeven dat hij wil afschakelen, dient de afnemer daarvoor een planning op te stellen en GTS en de minister daarover te informeren (artikel 10h, lid 1 Gaswet). Indien de afnemer heeft aangegeven dat hij wil omschakelen, stelt GTS een planning op en informeert de afnemer en de minister hierover (artikel 10h, lid 2 Gaswet). Artikel 10h, lid 3 Gaswet voorziet in de mogelijkheid om deze planningen tussentijds aan te passen. De Minister kan GTS een bindende aanwijzing geven in verband met de planning van de activiteiten die nodig zijn voor de omschakeling. Daarbij dient de minister het belang van een spoedige minimalisering van gas uit het Groningenveld te betrekken, alsmede de belangen van de betrokken afnemer en de belangen van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet. GTS dient de planning hierop aan te passen (artikel 10h, lid 4).

Indien de (aangepaste) planning niet gehaald wordt en omschakeling niet voor 1 oktober gerealiseerd kan worden, voorziet artikel 10i Gaswet in de mogelijkheid voor de minister om – onder strikte voorwaarden – ontheffing te verlenen van het verbod van artikel 10f Gaswet.

Als de afnemer door het verbod schade lijdt die uitgaat boven het normale maatschappelijk risico en die de afnemer in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kan de minister nadeelcompensatie toekennen op grond van artikel 10j Gaswet. Dit artikel regelt ook welke schade in ieder geval voor rekening van de afnemer blijft.

Tot 15 april 2019 kan iedereen op de concepttekst reageren. Na het verwerken van de consultatiereacties zal het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State gaan.

Meer informatie